De getuigen  

 

 

Bij een eerste ontmoeting vertelde Roger De Paepe, een getuige, dat hij pas de ochtend na het voorval naar het veld is gegaan, waar, toen al heel de buurtbewoners,en ook Duitse soldaten, verzameld stonden rond het wrak. Het vuur was gedoofd en men was bezig de brokstukken te ruimen. Hij wist nog heel goed hoe de Duitsers hem en enkele andere dorpelingen verplicht hadden om de wagen met brokstukken, van het vliegtuig, van het veld te helpen duwen."We trokken meer dan dat we duwden....om de Duitsers tegen te werken"vertelde hij er fier bij.  

links Roger De Paepe, rechts Albert Van Cauwenberge

 

Een week later toonde Albert Van Cauwenberge, een andere, 86 jarige getuige, de plaats van het gebeuren

en vertelde het volgende:"Ik was pas thuisgekomen,rond 11-12uur 's nachts. Terwijl ik en mijn vrouw ons klaarmaakten

om te gaan slapen,hoorden we al het geluid van aanzwellende motoren en onmiddellijk daarop een enorm lawaai.

Door het slaapkamervenstertje zag ik dat er een enorme brand was,midden op de akker. Ik wou er naartoe gaan, maar

 mijn vrouw hield mij tegen. 's Anderendaags ben ik gaan kijken. Het vliegtuig, men zei dat het een Engelsman was, had  

zich schuin in de grond geboord, al was het meters ver onder de grond doorgeschoven. Het voorste gedeelte stak

er meters diep in. Daar omheen was de grond zwart en hard gebakken door het hevige vuur dat er gewoed had. 

We vonden een onderbeen, afgerukt net

onder de knie. Er zat nog een rode laars

aan, binnenin gevoerd met schapewol.

Er zou 1 overlevende geweest zijn,

een grote blonde Nieuw-Zeelander.

Hij zou gevlucht zijn naar het kasteel in

het hieraangrensende bos. Daar zou men

hem aangehouden hebben, werd verteld.

We raapten handenvol kogels bijeen, 

er lagen ook kogels op rollen

samengebonden, waarschijnlijk van de machinegeweren. We vonden parachutes, en ik en mijn gebuur hebben er elk

2 mee naar huis genomen. We hebben er kleding van gemaakt voor mijn twee kinderen, want zijde stof was toen

nergens te  verkrijgen. We vonden ook kleine motortjes, maar waarvoor die dienden weet ik niet. We namen ook

overalls mee, ik denk blauwe, met opzij een rubberen zakje opgenaaid. Daarin zaten zijden landkaarten van

Frankrijk en Engeland, en ook vreemd geld, Franse Franken en Engelse Ponden. Dat geld heb ik later moeten

afgeven aan Gutt, maar ik heb er nooit iets van teruggezien.Ook lagen er foto's, van een vrouw, en nog andere

mensen. Ik heb ze 20 jaar lang  bewaard omdat ik dacht dat iemand ze zou komen ophalen.Ik heb ze nooit

weggedaan maar ik weet ze niet meer liggen. Ik denk wel dat er nog zijn die foto's liggen hebben. Toen hebben

de Duitsers wat er van de romp overbleef opgeladen en werden wij verplicht om te helpen duwen aan de wagen, tot

die van het veld was. Wij zijn daarna nog dikwijls in de put gaan zoeken, en nadien zijn de Duitsers nog teruggekomen

om te kijken of er niets meer inzat." 

 

 

Roger De Paepe die als ooggetuige van de feiten de noodzakelijke informatie gaf die de berging

mogelijk maakte, en er altijd van droomde een monument voor de gesneuvelde bemanning in zijn

tuin op te richten, heeft de tentoonstelling en de onthulling van het monument op zijn wijk niet meer

mogen meemaken. Hij stierf eind november 1999 ten gevolge van een hartstilstand.